|
Een paar jaar geleden verscheen een boek waarin de beroemde neuropsycholoog Lurija vertelt over een journalist die nooit iets vergat. Dat klinkt natuurlijk fantastisch, maar het tegendeel is waar. Niet kunnen vergeten is net zo’n grote handicap als niet kunnen herinneren. Als je niet kunt vergeten, kun je ook geen pijn of verdriet verwerken, het staat ons zelf niet toe te denken. In feite is het geheugen een delicaat evenwicht tussen herinneren en vergeten, het zijn twee kanten van dezelfde munt.
Om ons dingen te kunnen herinneren, schrijven we ze meestal op: denk aan afspraken in de agenda, boodschappenlijstjes, notities bij een lezing en het opschrijven van telefoonnummers. Maar zo is het niet altijd geweest. Voordat de drukpers werd uitgevonden, werd informatie voornamelijk van mond tot mond overgedragen, en werden geheugensteuntjes gebruikt om alles te kunnen herinneren. Om nieuwe informatie te kunnen onthouden, moeten we ons vooral concentreren en goed opletten. Uit veel onderzoek blijkt dat het verdelen van aandacht over verschillende bronnen een duidelijke verslechtering teweegbrengt in de prestaties van het geheugen. Andere onderzoeken wijzen uit dat wanneer de aandacht niet op de bron gericht is, er wel iets wordt onthouden, maar dit is minimaal. Dit laatste gebeurt bij onbewuste waarneming, bijvoorbeeld wanneer een patiënt uit de narcose ontwaakt en zich delen kan herinneren van wat er heeft plaatsgevonden, of het mogelijk onthouden van gebeurtenissen die tijdens de slaap hebben plaatsgevonden.
Een belangrijke manier om iets te onthouden is dus je aandacht richten op datgene dat je wilt herinneren. We hebben oefening nodig om perfect te kunnen herinneren, maar het volstaat niet om de informatie simpelweg te herhalen. De BBC moest een paar jaar geleden bijvoorbeeld de golflengte van hun uitzendingen veranderen en investeerde veel geld in reclamecampagnes om de nieuwe radiozenders bekend te maken. Maar hoewel de luisteraars de boodschap wel honderd keer hadden gehoord, moest de BBC alsnog stickers met de nieuwe golflengtes versturen, omdat de boodschap gewoon niet werd onthouden.
Oefening baart kunst, daarom is het zaak het te onthouden materiaal te organiseren en te verwerken. Als je bijvoorbeeld een lijst woorden moet herinneren, kun je het geheugen een handje helpen door een associatie op te roepen met een woord uit dezelfde categorie. Een krant kun je bijvoorbeeld associëren met een vel papier. Je kunt woorden onthouden op basis van hun klank of door je de dingen voor te stellen waarnaar ze verwijzen. Het blijkt dat het visuele geheugen het beste informatie kan bewaren. Daarom kun je een woord gemakkelijker onthouden als het vergezeld gaat van een beeld. De Romeinen gebruikten bijvoorbeeld het zogenaamde geheugentheater: denkbeeldige kamers waarin de verschillende onderdelen van een toespraak werden gevisualiseerd. Woordelijke geheugensteuntjes werden gebruikt om datums te herinneren: een medeklinker werd bijvoorbeeld met elk cijfer verbonden, waarna er klinkers werden toegevoegd om woorden en zinnen te vormen. Zo kunnen wij ons ook het aantal dagen van de maanden in een jaar herinneren dankzij een ritme.
Andere geheugensteuntjes zijn het associëren van een bepaald woord met een getal dat erop rijmt, bijvoorbeeld ‘dier’ met ‘vier’. Als deze associatie is vastgelegd, kun je een lijst woorden herinneren door de woorden te associëren met het woord dat rijmt op het getal om bizarre en ongebruikelijke verbanden te maken. Een ander soort ezelsbruggetje berust op reductie. Als je de kleuren van de regenboog wilt onthouden, kun je bijvoorbeeld een woord vormen van de eerste letters van deze kleuren (ROGGBIV – rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet). Het geheim van geheugensteuntjes schuilt dus in het verbinden van het nieuwe materiaal met wat al in ons geheugen is vastgelegd. Hetzelfde kunnen we doen met de namen die we leren kennen, deze kunnen we relateren aan andere mensen die we kennen en dezelfde naam hebben.
|